Over Nepal

Ik ben de laatste 3 jaar 4 maal in Nepal geweest en dat heeft een diepe indruk bij me achtergelaten. Het is een ongelofelijk mooi land met een geweldig mooie natuur en een rijke cultuur. Dat zie je op het eerste gezicht.

De rijkdom aan imposante historische tempels, paleizen en handelshuizen in steden als Kathmandu, Bhaktapur, Janakpur is nauwelijks te bevatten als je ziet hoe de bevolking er nu aan toe is.

Het landschap varieert binnen 100 km van zuid naar noord van een gebied dat zo plat is als Holland (de Terai) via het middengebied van de Hills van 300 tot 3000 meter naar het hooggebergte van de schitterende Himalayas, het gebied van de goden volgens de Nepalesen, het gebied van de achtduizenders in westerse termen. Dat betekent ook even zo vele klimaatzones, flora en fauna; de tropische neushoorn in de zuidelijke moerassen en het sneeuwluipaard in het gebied van de eeuwige sneeuw.

Die variëteit aan landschap tref je ook aan bij de bevolking. De bevolking bestaat uit ongeveer 28 miljoen mensen verdeeld over vele tientallen bevolkingsgroepen of stammen die zo’n 60 verschillende talen spreken. Zeg maar achter elke berg woont een ander volk met haar eigen taal en gewoonten. Neem daarbij nog de hindoeïstische manier om de mensen ook nog onder te verdelen in kasten en je begrijpt hoe moeilijk het is om echt iets van deze samenleving te begrijpen.

En toch zijn het de mensen waarvoor ik naar Nepal kom. Het zijn op het eerste gezicht vriendelijke, gastvrije, kleurrijke mensen met wie je gemakkelijk contact kunt maken ook als je de taal niet spreekt. En op het tweede gezicht? Gelukkig heb ik samen met mijn partner Nicole de kans gehad om wat langer in een bepaald gebied te verblijven; 9 maanden in de dorpen Nalang/Salang van het Dhading District ten noord westen van Kathmandu. Zodoende heb ik meer naar binnen kunnen kijken en voelen hoe de mensen zijn, denken en handelen.

De vrolijke gastvrije Magar mensen die varkensvlees eten, roken en alcohol (de zelfgestookte raksi) drinken en je bij elke gelegenheid met open armen uitnodigen tegenover de meer gereserveerde Brahmanen, wars van alle decadentie en behoeders van de zuiverheid, hoewel geitenvlees etend, en alles wat daar tussenin zit aan Newars, Gurung, Tamang, Dalits enz. Soms denk je dat je de variëteit een beetje door hebt maar dan roept iemand; die daar is van de Kami, de kaste van de dorpssmeden!?… o ja is daar ook een kaste voor? Ja en de kleermakers hebben ook hun eigen kaste… en daar wonen de Gandarba, de muziekinstrumentmakers en muzikanten.

Die groepen en kasten hebben dan nog allemaal hun eigen feesten, festivals en inwijdingsrituelen. Dan wordt het me duidelijk waarom er zoveel vrije (feest)dagen zijn in Nepal, buiten de stakingsdagen en nationale niet religieuze dagen om. Er wordt bijvoorbeld vier keer nieuwjaar gevierd; het Nepalese nieuwjaar ergens in ‘ons’ april, het Tibetaanse Lhosar, het westerse nieuwjaar en dat van de Newari. Ik kan daar ondanks alle inefficiëntie en remming op de ‘economische groei’ die dat met zich mee brengt erg van genieten.

Toch zit er in die variëteit een grote ongelijkheid van hen die traditiegetrouw op de bovenste sport van de maatschappelijke ladder staan en de politieke en economische macht bezitten, zoals de Brahmanen en de Chettri’s en zij die niets of nauwelijks iets hebben, de lagere kasten die geen toegang hebben tot de macht, tot het onderwijs en de werkgelegenheid. En dat zijn niet alleen de laagste kasten van de Dalits, de onaanraakbaren, want ook de Magar en Tamang leven in meerderheid in grote armoede.

Je zou eigenlijk niet meer moeten spreken over de kastenverdeling want officieel is dit bij de wet afgeschaft, in de praktijk wordt het met name op het platteland nog steeds beleefd. Zo worden bijvoorbeeld in de gezondheidscentra waar Nicole werkte, de mensen naar hun kaste geregistreerd.

Gelukkig spreken de meeste mensen Nepali, de nationale taal, (toch 30% nog niet) en zijn ze religieus niet erg verdeeld; meer dan 80% hindoeïsme, 15% boeddhisme, een groeiend aantal islam en overigen. Opvallend is de grote religieuze tolerantie van vooral hindoes en boeddhisten. In veel tempels zie je hen tegelijkertijd de afbeeldingen van hun beider goden vereren.

Politiek gezien heeft het land vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw ongekende omwentelingen laten zien; van een hindoeïstisch koninkrijk geregeerd door absolute godkoningen via een gewapende opstand van de maoïsten in de jaren rond de millenniumwisseling naar een Nepalese variant van een parlementaire democratie; vele alsmaar ruziënde partijen en vakbonden, corruptie, bureaucratie, het maken van een nieuwe grondwet dat al meer dan 4 jaren duurt.

Maar hoe kan het bijna anders in een land waar 60 jaar geleden 11 middelbare scholen waren en nog nauwelijks verharde wegen bestonden. In een land waar mensen nog leefden in de middeleeuwen, om vervolgens in een paar decennia de moderne tijd in te worden geschoten. Hoe diep geworteld oude tradities leven, hebben we na zeven maanden werken kunnen ontdekken toen we vernamen dat ondanks de behoefte aan moderne gezondheidscentra, veelal opgezet door Westerse NGO’s, het merendeel van de Nepalezen eerst de plaatselijke sjamaan bezoekt in de hoop dat deze hen met zijn traditionele en bezwerende rituelen kan genezen en bevrijden van hun probleem.

Het is wel in alle opzichten duidelijk dat Nepal een immense ontwikkeling meemaak die voor vele vooral oude mensen veel te snel gaat en voor jongeren vaak te langzaam. Dat brengt naast allerlei andere conflicten ook een strijd tussen generaties te weeg.